Botervisje

18-01-2018
Melanie Gevaert
Laatst bijgewerkt: 03.02.2018

Dit kleine schattige, ongevaarlijke slangachtige visje wordt maximaal 25 centimeter groot. Het leeft tussen de dichte begroeiing van de Oosterschelde boden en is zeer schuw. 

Je kan ze voornamelijk terugvinden in lege oesterschelpen en in kieren en holtes in de bodem tussen de 0 – 30 m.

Het botervisje is overwegend bruin van kleur, met karakteristieke zwarte bollen op de rug. Hij dankt zijn naam aan zijn bijzonder glibberige huid. 

Hun voeding bestaat hoofdzakelijk uit wormen, kreeftjes en weekdiertjes. 

 

De botervis was in de jaren 1980 een vrij algemene vis van het Nederlandse kustwater. De soort staat nu als kwetsbaar op de Nederlandse Rode Lijst maar niet op de internationale Rode Lijst van de IUCN. 

In het voorjaar (januari - februari) bouwen ze een nest waarin ze een honderdtal gele eitjes afzetten. Het nest wordt zowel door het mannetje als het vrouwtje bewaakt, waarbij ze zich met hun slangachtige lichaam rond het legsel wikkelen. Na ongeveer een maand komen de kleine visjes uit. Op het einde van het eerste jaar zijn ze ongeveer 3 cm en de volgende jaren groeien ze elk jaar ongeveer 1,5 cm tot ze 10 cm zijn. Ze kunnen tot 10 jaar oud worden